Het lelijke eendje

 

De show in vijf slides

  1. Scene Lente 1: Lelijke eendje bij zijn moeder en broertjes/ zusjes in de slotgracht.
  2. Scene Zomer
  3. Scene Herfst
  4. Scene Winter
  5. Scene Lente 2: Lelijke eendje tussen zwanen

Het sprookje

De nummers duiden de scanes aan die zichtbaar zijn tijdens het voorldragen.

1. Er groeit hoefblad op de oever van de gracht onder de muur van het kasteel. Een eend zit onder het blad op haar eieren en andere eenden zwemmen rond in de gracht. De eieren komen uit en de moeder vertelt de pullen dat de wereld nog groter is dan de eendjes kunnen zien. Een ei is nog niet uitgekomen en de moeder besluit tot Sint-Jan (24 juni) te blijven zitten. Als het uitkomt, blijkt er een groot en lelijk eendje in te zitten. Het eendje gaat de volgende dag wel zwemmen en de moeder vindt dat het toch wel een prachtexemplaar is. Het broertje en zusjes van het eendje zijn gemeen tegen het eendje. (eenden bewegen lichtjes heen en weer, af en toe eendgeluiden waarbij bek beweegt, fluitende vogels)

2. De zomer is een prachtige tijd. De zon schijnt, de bloemen bloeien, de vogels zingen. Maar het eendje is nog steeds eenzaam en wordt nog steeds gepest, ook door andere dieren bij de slotgracht. De tijd komt dat de eendjes voor zichzelf moeten gaan zorgen. Omdat moeder eend het te doen heeft met het lelijke eendje, mag die in de vertrouwde slotgracht blijven. (fluitende vogels, eendje zwemt heen en weer)

3. In de herfst dansen de bladeren in het rond. Eikels vallen uit de bomen en belanden in de slotgracht en een kille wind loeit om het eendje heen. Op een avond komen mooie witte vogels en het eendje heeft nog nooit zulke vogels gezien. Aan het einde van de zomer ziet hij een groep witte vogels naar warmere landen trekken. Het zijn zwanen.
(projectie vallende herfstblaadjes in bos, waaigeluiden, projectie van zwanen die op de oever zitten).

4. De winter was eenzaam en koud voor het lelijke eendje. De wind is guur, de sneeuw tintelt op de snavel. Veel zwemmen en vliegen helpt net voldoende om warm te blijven. Als het water bevriest zoekt ze een schuilplaats bij de laurier op de oever, smachtend naar de lente. (gure wind, sneeuwmachine?, eendje maakt bibberende geluiden)

5. Als de narcissen weer tot bloei komen, komen er een paar grote grote zwanen aangevlogen en ze landen in de slotgracht. Het eendje is bang en denkt dat het gedood zal worden, daarom buigt het de kop. Aan zijn spiegelbeeld ziet hij dat hij niet langer lelijk en lomp is. Het eendje is een zwaan geworden en hij weet dat het er niet toe doet of je in een eendennest geboren bent als je in een zwanenei gelegen hebt. Hij wordt met snavels gestreeld door de andere zwanen en kinderen werpen brood en graankorrels. Ze klappen in hun handen en dansen in het rond. Ook vader en moeder vinden de nieuwe zwaan prachtig en de zwaan wordt verlegen en verbergt zijn kop onder zijn vleugels. Hij is gelukkig en niet trots en hij weet hoe hij vervolgd en gehoond werd. Nu zeggen ze dat hij de mooiste van alle vogels is. (zwanen bewegen lichtjes heen en weer, af en toe zwaangeluiden waarbij bek beweegt, fluitende vogels)

 

Ingang van het lelijke eendje

De zijkant van het sprookjesbos is gebruikt als zijwand van een kasteel. De ingang bevindt zich op de plek die parallelen vertoont met het begin van het sprookje: 'hoefblad op de oever van de gracht onder de muur van het kasteel'.

Technisch concept-ontwerp van de show

De show is eenvoudig, er zijn poppen die weinig hoeven te kunnen bewegen, maar wel van het toneel moeten kunnen. Ook zijn er vier decors die eenvoudig verschoven kunnen worden. Tussen de scenes wordt de showruimte donker, bij voorkeur verblindt het scherm tijdens het 'ombouwen'. Een gordijn kan ook.

Terug naar overzicht   Alle eftelingplannen